'Juist', zei die zeer verheugd: 'jij voelt 't goed... net als ik met een gevoel van verbazing... of je voor de gek gehouden wordt... ik weet nog precies, hoe ik het gevoelde...'
Ik zat met de brief in een verlamde hand, verslagen, huiverend, maar Henri sprak er kalm verder over:
'Dat is de vraag maar: wie heeft die brief geschreven. .. dat is de vraag... iemand van vreemde en verfijnde aard... en dan moetje het handschrift zien... dat brandt net in je ogen als vuur... stel, dat die brief getypt was of gewoon geschreven, dan had ik me d'r niets van aangetrokken, dan was ik gerust wel met Mary getrouwd... dat is het niet... maar het schrift van de brief, en dat ik absoluut niet kan nagaan, wie hem geschreven heeft, dat heeft mij dol gemaakt... dat is 't en daarom ben ik weggegaan...'
Toen zei ik plotseling: 'Mary Matthes zal 'm zelf geschreven hebben.'
En de ander, eenvoudig:
'Nee, dat zal niet... als ik dat dacht, was ik niet weggegaan... maar die is zo fijn en wreed niet... ik weet beslist, dat niemand die brief kan hebben geschreven, en toch ligt hij hier... dat is 't, wat mij duizelig maakt en dol...'
8
Daarna zat hij geruime tijd stil, en ik was ook stil.
75