heid van haar vermogen, dat gij haar huwen wilt. Dat is mijn mening, die de mening van velen in onze omgeving is.
Ik had u deze opmerkingen over uw huwelijk ook wel kunnen toezenden zonder al deze kostelijke bloemen, die ik u volstrekt niet gun, en zonder de welwillende aanhef, waarvan ik niets meen. Want ik haat u volkomen, omdat gij een hebzuchtige, huichelachtige schurk zijt. De puikbeste bloemen zend ik u om u blij te maken; daarvoor dient ook de vriendelijke aanhef van mijn brief. Als ge blijde zijt zullen mijn opmerkingen u des te treffender bezeren, en daar is het mij juist om te doen.
Gegroet huichelachtige en hebzuchtige schurk, schooier dat gij zijt. Ik hoop en ik vertrouw, dat het u bij voortduring onwel moge gaan.
7
Verder bevatte de brief geen handtekening. Het schrift was van een zeer scherpe volmaaktheid. Terwijl ik verder op las, werden mijn ogen er diep door gegriefd. Van binnen voelden zij gespannen en uitgerekt, alsof met één gouden scherpe linie een gezicht op het netvlies getekend was geworden. Het was een knap hard gelaat, het ene zichtbaar oog fonkelde met felheid. Ik gevoelde mijn ogen opengespannen, alsof ik mij zeer over iets verbaasde. Ineens keek ik naar Henri:
74