daar komt mijn geweten toch tegen op... dat doe ik met...
Nico zweeg, en toen verhaalde hij vervolgens met zijn diepdroeve en ook fijne, medelijdende stem: 'Die man had een geweten en zulke mensen zijn hopeloos weg... ik ben blij, dat ik er geen heb, en dat zei ik die gewetensvolle man dan ook ronduit, want mijn geweten gebiedt mij de dingen altijd ronduit te zeggen. "Mijnheer", zei ik aldus: "ik vind uw opvattingen uitmuntend... trouwens ik vind alle opvattingen uitmuntend, en als jurist waardeer ik het natuurlijk ten zeerste, dat u wel dertig mille stelen wilt, maar niet zestig of honderd... maar dat u 'n geweten hebt, dat is ellendig, dat is in staat om de beste zaak hopeloos te maken... nee, nu zie ik geen kans, u te helpen." Hij keek naar mij met starende, breekbare ogen. Ik sprak beleefd tegen hem, want ik ben altijd beleefd tegen de mensen, zolang ze geld hebben en niet in de gevangenis zitten. "Gerust", zeide ik, "gaat u maar de cel in, maar vergeet u niet mij te betalen... ik kan u niet helpen."
Toen ik dat gezegd had viel die zeer-bijzondere man snikkend in mijn armen... dat 's verregaand, maar daar houd ik van... en ik had het zelf uitgelokt. Hij snikte zó en hij kreunde, dat hij kapot ging, en dat hij zich van kant wou maken, en dat hij dat niet durfde. Ik voelde zijn hart op mijn hart kloppen... hij kermde zó, dat ik bang was, dat Fidel wakker werd, en als die eenmaal wakker is, dan slaapt hij niet weer
96