GAZA,
25 Januari.
ie met een wagen en twee paarden te
Gaza, of elders, aankomt, die zoekt zich eerst een khan. En daarna een hotel. Een khan is geen herberg, ofschoon de koetsiers er slapen. Het is ook geen stal. Ofschoon er paarden, kameelen en ezels zijn. Een khan is eenvoudig een khan. Gij moet dat dan maar komen zien. Een khan zonder dorp is denkbaar. Maar een dorp zonder khan niet. In Gaza zijn er verscheidene. In Jaffa zijn er, volgens Hadj Achmed, honderd. Dat is: drie of vier.
Wanneer wij de leemen voorstad van Gaza zijn doorgereden, vinden wij een jongetje, dat ons zonder omwegen naar de beste khan van Gaza brengt. Hij blijkt een eigen neefje van den eigenaar te zijn. De poort van de khan is al gesloten. Want de zon is onder. En de dieven zijn overal. Moge Allah hen vloeken. Moge hij ook de ouders van de dieven vloeken. Wij worden natuurlijk in de khan van Gaza met veel beleefd
95