BERSEBA, 21 Januari.
bij sjeikh Chmed il Soefi, den waarne-menden chef van de Tarabin-Arabieren, die het groote gebied bezetten van Berseba naar de Egyptische woestijn. Gisteren is sjeikh Chmed in den molen gekomen, waar wij onderdak, Arabisch brood, soep en aardappelen hebben gevonden. Hij is het laatst gekomen. Maar wil toch het eerst malen. Was hij geen sjeikh, het ware een dwaasheid dit te verlangen. Nu hij een sjeikh is, wordt het hem toegestaan. Een ander moet dan maar wachten. Vele wachters liggen voor den molen in de straat onder den grooten maneschijn. Zij rooken vele cigaretjes. En zij knappen kleine, groene nootjes, die uit Damascus komen. De sjeikh is natuurlijk heel dankbaar, dat hij, die het laatst is gekomen, toch het eerst heeft mogen malen. Wij moeten hem beloven, dat wij zeker zullen komen. Hij drukt ons óók de hand. Niet zoo maar slordig en los
ij zullen dus een bezoek gaan brengen
75