krijgt een piaster extra omdat hij weet, dat Efraïm de broeder van Menasse was.
Wij worden bediend door een Arabisch meisje, dat voortreffelijk Hebreeuwsch spreekt. Zoo zijn er in de koloniën wel veel.
En Achmed ontmoet hier voor het eerst weder eenen Soedanees. Wij zijn weer menschen.
VII.
Om één uur rijden wij af. Het is hoogstens twee uur rijden tot Jaffa.Wij kunnen dus vóór den Sabbath wel binnen zijn. Vooral daar ik Achmed een half pond beloof, wanneer wij voor drieën binnen komen. De paarden draven. Wij zien een auto, die gebroken staat in den modder. Wij hebben medelijden en leedvermaak. Jammer, dat er geen Mopsen in de buurt zijn.
Wij rijden veilig. Wij komen langs de landbouwschool Mikoeh Israël. Er werken Holland-sche vrienden. Maar zij moeten ons vergeven, dat wij er ons thans niet ophouden.
Wij nemen nu ook een ander rijtuig, dat ledig naar de stad terugrijdt. Want onze wagen heeft veel geleden in Palestina, dat een moeilijk land
i53