heel benauwd. Zullen dieven onze paarden stelen? Abdoel Salaam heeft de poort zelf afgesloten. En de sleutel onder zijn hoofdkussen gelegd. Maar misschien zijn hier wel dieven, die het Groote Woord kennen, waarmede men paarden door een gesloten deur voeren kan. Onze kleine, zwarte Fouad weet héél zeker, dat zulke dieven bestaan.
IV.
s Ochtends vóór den dag is de waardige waard opgestaan. Hij heeft de deur van ons leemen slaaphuis opengedaan. Er is een frissche morgenlucht binnengewaaid. En de hemel is zacht-mild en blauw geworden. De vuurpot komt nu ook weer aan het werk. Want de ochtendkoffie moet worden gezet.Wij krijgen waschwater in een mooien pot van Gaza. En de gebeden zeg ik alleen in een klein hofje, dat zoet en koel is als Gods hemel zelf.
Het is Vrijdag. Wij moeten JafFa halen vóór de Sabbath begint. Uiterlijk vier uur, half vijf. Als de wegen weer tegen ons zijn, zullen wij in een van de koloniën den Sabbath over moeten blijven.
148