75
palingen, o.a. Joseph da Costa, een broer van Uriël da Costa, die in 1652 Parnas der Gemeente was.
In 1649 (1 Shebat 5409) vond de vereeniging tusschen de beide gemeenten „Sur Israël” en „Maguen Abraham” plaats. In hetzelfde jaar, toen de kolonie na het vertrek van den Stadhouder (1644) langzamerhand achteruit was gegaan, werden de salarissen der Gemeente-ambtenaren verminderd: zoo werd het salaris van Chagam Aboab van / 1600 op / 1200 teruggebracht, van den Chazan Jehosua Velozinos van ƒ 400 op / 300. In 1653 komt Aboab voor met een salaris van ƒ 1200 en „por assistir na escola da' Guemara / 150”. Als leeraar aan de onderwijs-inrichtingen fungeerde „Rubi” Semufel Farazaö, op een salaris van / 250.
De snelle toename van het aantal Joden, hun bewonderenswaardig aanpassingsvermogen en hun lastige concurrentie zoowel in den groot- als in den kleinhandel voerden spoedig tot wrijvingen, waarvan de classicale acta van Brazilië sprekende voorbeelden geven. Niet alleen de godsdienstvrijheid welke zij genotén was den Calvinisten een doorn in het oog, maar ook het feit, dat de handel bijna geheel in hun handen was geraakt. In 1641 beklaagden zich 66 kooplieden erover, dat Christen kooplieden zoo goed als uitgeschakeld waren, en dat de Joden die zich in Brazilië vestigden, door hun Portugeesche geloofsgenooten vriendelijk werden opgenomen en als suiker-makelaars of op de plantages werkzaam werden gesteld.
Zoolang echter Johan Maurits van Nassau het bestuur voerde, was niets in staat hun gunstigen toestand te veranderen. Gedurende zijn zevenjarig bewind gaf hij zich alle moeite, godsdienstige tegenstellingen in de kolonie te overbruggen en een onpartijdig bestuur te voeren. Bovendien, gelijk hij in een brief aan de Staten Generaal schreef, was hij ervan overtuigd, dat de Joden tot de meest betrouwbare onderdanen in de kolonie behoorden en dat zij, in geval van nood, zich trouw onder het Hollandsche vaandel zouden scharen. Toen hij echter, wegens onvoldoende ondersteuning van de zijde der West Indische Compagnie, in 1644 zijn ontslag had genomen, ging de kolonie met rassche schreden achteruit, en voelden ook de Joden daarvan de gevolgen. De