74
gratie van Joodsche kolonisten, vooral toen in 1637 de Stadhouder Graaf Johan Maurits van Nassau orde in de verwarde toestanden wist te brengen.
In 1642 vertrokken een paar honderd Portugeesche Joden uit Amsterdam naar Brazilië onder leiding van de Rabbijnen Isaac Aboab da Fonseca en Mozes Raphael de Aguilar. Zij stichtten verschillende gemeenten, waarvan die in Recief en op het eiland Antonio Vaz het meest bekend zijn. Op het archief der Portugeesch Israëlietische Gemeente te Amsterdam bevindt zich een notulenboek der Gemeente „Sur Israël” *(Rois van Israël, met toespeling op den naam Recief) van 1648—1654 waarin wij lezen, dat op het einde van 1648 de „Maamad” der Gemeente Dr. Abraham de Mercado, Joseph Drago, Abraham de Azevedo, Jacob Navarro en Daniël Dias in vereeniging met een aantal uit de gemeenteleden gekozen personen (Isaac Athias, Abraham Israël Dias, Jacob Val-verde en Benjamin Sarphati de Pina) nieuwe reglementen („Escamoth”) ontwierpen. Het bestuur der Gemeente was naar Amsterdamsch voorbeeld ingericht: zij bezat o.a. de onderwijs-inrichtingen Talmud Tora en Ets Haïm, een begraafplaats (Bet Haïm) en verschillende weldadigheids-vereenigingen, waarvan vaak „Captivos” (vrijkooping van gevangenen) wordt genoemd. Om de eenheid te bewaren werd o.a. bepaald, dat in Recief en op Antonio Vaz geen andere Gemeente mocht worden opgericht en dat dit, bij toename van de Joodsche bevolking in andere deelen van Brazilië, slechts met goedvinden van de Parnassim der Gemeente „Sur Israël” zou mogen geschieden. Degeén die zich naar Holland inscheepte moest vóór zijn vertrek een zekere bijdrage storten. Niemand mocht disputen houden tegen andere godsdiensten. Als belastingen werden o.a. opgelegd: 4 °/0 van de bruto opbrengst van in Brazilië geïmporteerde waren; 3 per duizend op contant geld, goud, zilver en juweelen; op suiker, tabak en verkoop van huizen 1/a °/0 door den kooper en evenzoo veel door den verkooper te storten, terwijl gewapende koopvaardij- en kaperschepen 3 °/0 van de netto opbrenst hunner prijzen moesten afdragen.
Een groot aantal Gemeenteleden onderteekende deze be-