148
dam aan den Amstel opgloorde, lag de man, wiens machtige scheppingskracht de fundamenten daartoe had geleed, stervend, gebroken ....
Sarphati was een geniaal man, met al de goede eigenschappen en de gebreken van het genie. In hem wond mén de meest scherpe tegenstellingen: zoon der 19e eeuw en haar vooruitstrevende beweging, doch tevens gehecht aan oudvaderlijke. .zéden; Jood in zijn hart, traditionéel-geloovig en rlevend, doch tegelijkertijd met geestdrift bezield voor de grootsche denkbeelden van den nieuweren tijd; voorstander van het vrije onderzoek, doch innig'gehecht aan de Joodsche Leer; natuurvorscher en godsdienstig, zeldzaam verschijnsel in dien bloeitijd van het.Materialisme.
De zwakheden en tekortkomingen der menschelijke natuur ontbraken ook bij hem niet: de te hoog opgedreven verwachting, om het voorgestelde doel te bereiken; het gemis in het bewaren van het noodige evenwicht tusschen de geniale opvatting en de practische uitvoering; de belangeloosheid -van den ontwerper en de noodzakelijkheid, zijn .stichtingen winstgevend te doen zijn voor die medewerkers, die uitsluitend met dat oogmerk hun steun verleenden.
Veel van het door hem uitgestrooide zaad heeft voor Amsterdam prachtige vruchten opgeleverd; hij verdiént ons innig medelijden, dat hij de opkomst daarvan niet heeft mogen beleven.
Zijn krachtigste medewerker was A. C. Wertheim, aan wiens invloed het vooral te danken is, dat zijn naam is vereeuwigd in het stadsgedeelte, dat naar hem is genoemd, waar ook zijn beeltenis prijkt.
Dat ook de Portugeesche Gemeente een ruim gebruik-maakte van Sarphati’s enorme energie en werklust, is gemakkelijk te begrijpen. Jarenlang was hij lid van den Kerkeraad, in 1854 Parnas en het volgend j aar President. Ook „Bts Haïm” en de „Armenschool” telden hem onder hun bestuurders. Als overtuigd voorstander van Joodsch-bijzonder-onderwijs heeft hij voor het blijven voortbestaan der „Armenséhool” krachtig gestreden. Toen in 1862, onder het opkomend liberalisme, de eerste stemmen opgingen om deze bijzondere school