147
Sarphati, toen hij het Paleis voor Volksvlijt ontwierp en, na veel tegenwerking, voltooide. Zijn Paleis moest zijn een plaats, waar de nijverheid den volke zou worden vertoond; waar men van elkaar zou kunnen leeren; waar artikelen zouden worden saamgebracht, die van ’s lands nijverheid en werkkracht zouden kunnen getuigen. Het moest dienen als middel, om het leven aangenamer en goedkooper te maken. En naast dit alles moest het Paleis worden het middelpunt van een vernieuwd en verjongd Amsterdam, dat zich aan beide Amstel-oevers zou uitbreiden.
Aan zijn „Nederlandsche Bouwmaatschappij” werd de concessie verleend tot bebouwing en verfraaiing van de omgeving van het Paleis, en dra werd het Oosteinde volgebouwd, gevolgd door Westeinde en de eerste straten van buurt IJ. IJ.
Sarphati heeft zijn ideaal: van Nederland een industriestaat te maken, niet kunnen verwezenlijken. Het was een vergissing, waaraan hij échter taai heeft vastgehouden, te gelooven een land ig een nijverheidscentrum te kunnen veranderen, dat door den handel groot was geworden en een bloeienden landbouw bezat.
Op het gebied van onderwijs, hygiëne en woningbouw echter heeft hij den weg gebaand voor nieuwe, ongekende ontwikkeling. Zijn „Inrichting voor onderwijs in koophandel en nijverheid”, geruimen tijd door hem uit eigen middelen bekostigd, was de voorloopster onzer handelsscholen. Zijn „Maatschappij voor meel- en broodfabrieken”, opgericht in een tijd, toen op het eerste volksvoedsel nog accijns bestond, en minderwaardige, dikwijls schadelijke grondstoffen werden verwerkt, zou beter en goedkooper brood aan het volk verschaffen. Zijn „Nationale Hypotheekbank” en „Nederlandsche Crediet- en Depositobank” moesten de financiëele instituten zijn, die zijn vele plannen zouden financieren, terwijl zijn „Amstelhotel” moest voorzien in het gebrek aan behoorlijke ruimte tot herberging van vreemdelingen.
Sarphati heeft gezwoegd onder den last der vele constructies, die hij op elkaar had gestapeld; hij heeft, gelijk Mozes, het Beloofde Land slechts van verre mogen aanschouwen, 'zonder het te betreden:, toen het frissche, verjongd Amster-