135
zielen, waarvan niet minder dan 1420 armlastig waren.
Het schoolwezen bevond zich in die dagen in een zeer slechten toestand. Toen de Maatschappij tot Nut van het Algemeen zich op de hervorming van het onderwijs in Nederland begon toe te leggen, weigerde zij, onder de verklaring dat zij een Christelijke vereeniging was, haar bemoeiingen ook tot de Joden uit te strekken. Joodsche kinderen werden niet tot de openbare scholen toegelaten. Bij de Staatsinstelling van 1806 werden zij weliswaar niet uitdrukkelijk uitgesloten, maar het feit, dat de Openbare scholen toen een Christelijk karakter droegen, maakte het noodig, dat voor de Joodsche bevolking afzonderlijke scholen werden gesticht.
Voor deHoogduitsche Joden heeft de regeeringvanLodewijk Napoleon zeker wel iets gedaan; bij de Portugeesche Joden echter, die over het algemeen meer vermogend waren en meer op hun zelfstandigheid gesteld, bleef alles bij het^ bestaande. Tot de oprichting der zoogenaamde Armenschool (1814) werd het „lager Hebreeuwsch onderwijs” naast het hoogere geheel gratis door „Ets Haïm” verstrekt, uitsluitend aan jongens. Enkele aanzienlijke Portugeesche Joden stuurden echter hun kinderen naar de bijzondere Christelijke scholen. Is misschien daaraan het feit toe te schrijven, dat enkele jaren later uit dezen kring zich eenigen lieten doopen?
Tijdens de inlijving moesten vele Portugeesche jongelingen huis en haard verlaten, om in de keizerlijke legers te strijden: bij decreet van 9 Maart 1807 was het hun verboden, plaatsvervangers te stellen. Zij deden, zij het dan niet met geestdrift, hun plicht. Hoe geheel anders was dat in 1813! Met niet mindere blijdschap dan de overige burgers begroetten zij den terugkeer van den Oranje-telg, die als Souvereine Vorst (in 1815 als Koning Willem I) werd uitgeroepen.
Met dit herstel van zaken (1 December 1813) was ook voor de Joden'een nieuw tijdvak aangebroken. De Vorst trok zich hun achterlijken staat aan en nam reeds op 26 Februari 1814 een besluit, waarin hij de Fransche organisatie van het Kerkgenootschap vernietigde en de Joden als een godsdienstig genootschap beschouwde. Er werd, met behoud van het Con-