122
duur. Het was de speculatie-zucht, welke in 1773 wederom een ernstige crisis veroorzaakte: ieder had gemeend, aandeelen in de Engelsche Oost Indische Compagnie te moeten nemen, om in korten tijd schatrijk te worden. De speculatie werd op alle mogelijke wijzen aangewakkerd: zoo door de zucht, zich in allerlei handelszaken te begeven, -die door het crediet kunstmatig in het leven waren geroepen. Het gevolg hiervan was een groot aantal faillissementen, welke den val van velen in Amsterdam na zich sleepten. Ook vele Portugeesche Joden geraakten in het nauw en moesten hun betalingen staken. De getuigenissen van tijdgenooten verklaren eenstemmig, dat hun houding vele christenen beschaamde. Er waren er, die terstond vijftig procent in contanten aanboden, 25 in wissels op huizen en 25 in beleening op hun eigen goederen, om daardoor hun goeden wil aan den dag te leggen.
Van de verschillende plannen, die tot verbetering van den economischen toestand aan de hand werden gedaan, noem ik twee, door Portugeesche Joden voorgesteld. Het eerste is van Isaac de Pinto („Consideratiën omtrent den tegen-woordigen staat der Oost Indische Compagnie van Engeland in den Jaare 1773, uit het Fransch vertaald”), het tweede van een anonymus (Mordechai van Aaron de Pinto?) dat hij in 1770 in het tijdschrift „de Koopman” heeft voorgesteld vooral om aan den erbarmerlijken staat van zijn geloofs-genooten een einde te maken. Hij schrijft hun jammerlijken economischen toestand vooral toe aan hun Sabbath- en vele feestdagen, die groote kosten medebrengen naast veel verzuimde arbeidsdagen. En hij concludeert, dat de Portugeesch-Joodsche natie hier te lande haar zomer gehad heeft en dat voor haar de winter nadert, terwijl de Hoogduitsche „door ons, Portugeezen, weleer met verachting aangezien, inderdaad meer ijverig en zuiniger dan wij, over den winter heen is en den zoeten tijd ziet naderen. Zij gaan op en wij onder!” Nadat hij betuigd heeft, dat zijn eenigst voornemen is: „de kennelijke armoede mijner natie te hulp komen; dezelve nieuwe takken van financie te bezorgen; de oude verminderde familiën onder ons weer op de been te helpen en onze allengs-kens aannaderende ruïne vóór te komen”, komt hij met