VAN DE MEERDERJARIGHEID VAN PRINS WILLEM V TOT DE AANVAARDING VAN DE REGEERING DOOR KONING WILLEM I (1766—1815).
VERDERE ECONOMISCHE INZINKING - DAVID FRANCO MENDES
EN ZIJN KRING — DE HOUDING DER PORTUGEESCHE JODEN
TEGENOVER DE PATRIOTTEN - EMANCIPATIE DER JODEN IN
HOLLAND - ONDER LODEWIJK NAPOLEON —- TIJDENS DE
INLIJVING - DE RESTAURATIE.
Toen Willem V, in 1766 meerderjarig geworden, het Stadhouderschap en alle ambten welke zijn vader had bekleed aanvaardde, heerschte in West Europa rust en vrede. Het land begon zich weer eenigszins te herstellen: de handel begon weer aanzienlijke voordeelen af te werpen; de opbrengst der belastingen vermeerderde, terwijl de financiëele toestand aanmerkelijk verbeterde door een verlaging van de rente der staatsschuld van 4 op 21/2 procent.
De aanvaarding van het Erfstadhouderschap door Willem V, na een feitelijk stadhouderloos tijdperk van zeven jaar, werd door de Joden met vreugde begroet. In alle Amsterdam-sche Synagoges werden extra diensten, in de Portugeesche „plechtigheden, vreugdezangen en gebeden” gehouden. Twee jaar later, op Vrijdag 3 Juni 1768, bezocht de-Prins met gevolg eerst de Groote- en daarna de Portugeesche Synagoge. Een bewijs voor de wederzijdsche hartelijke genegenheid welke er bestond tusschen den Stadhouder en de Portugeesche Joden is het feit, dat te ongeveer denzelfden tijd het stadhouderlijk echtpaar als gast aanwezig was op de bruiloft van Abigaïl de Aaron de Pinto (kleindochter van David de Pinto, in wiens buitenverblijf „Tulpenburg” Willem IV met zijn gemalin in 1749 heeft overnacht) en Isaac de Natan Curiel (achterkleinzoon van Mozes Curiel, bij wien Prins Willem III in 1691 drie dagen heeft gelogeerd).
De opbloei na het crisisj aar 1763 was echter slechts van korten