103
Jacob Gadella (of Gadelha) en Leonor Gadella. Van eerstgenoemde, een beroemd calligraaf en schrijfleeraar, dichtte een tijdgenoot o.a.:
„Gadelle, alom beroemd iif zuiver schrijfvermogen, „Betovert de aandacht van der kunstbeminnaars oogen, „En maakt de jongelingschap door grondig onderwijs „In ’t oeffenschool der pen gans meesterlijk bedreven....”
Leonor Gadella was bekend om de mooie dingen, welke zij met behulp van een schaar uit papier kon knippen.
Ook de fraaie banden der gebedenboeken en de artistiek gebeeldhouwde grafsteenen op de begraafplaats te Ouderkerk geven een duidelijk beeld van den smaak, aesthetische ontwikkeling en rijkdom der Portugeesche Joden tot in het midden der 18e eeuw, ofschoon het niet waarschijnlijk is, dat ze door Joden zijn vervaardigd.
Ook van een krachtig ontwikkeld tooneel- en muziekleven onder hen vindt men reeds vroeg in de 17e eeuw bewijzen. De Spaansche comedies waren toen in Holland zeer in zwang, doordat zij het volk aantrokken niét alleen door haar realisme en haar mengsel van tragischen en komischen inhoud, hetgeen de toeschouwers van huilen tot lachen deed overgaan, maar ook door de schitterende mise-en-scène.
De Spaansche Joden in Amsterdam hebben veel bijgedragen tot de verbreiding der Iberische dramatische literatuur: Jacob Barocus vertaalde verschillende stukken van den vruchtbaren Spaanschen schrijver Lope de Vega, terwijl Athias (waarschijnlijk de bekende drukker .Abraham ben Joseph Athias) eveneens op dit gebied w'erkzaam was.
Ter beoefening der dicht- en tooneelkunst werden in de. tweede helft der 17e eeuw verschillende „Academies” door de Portugeesche Joden opgericht (welke het best met de Holland-sche „Rederijkerkamers” zijn te vergelijken), waarvan de meest bekende zijn de „Academie de los Floridos”, gesticht door Manuel Nunes Belmonte, en de „Academia de los Stibundos”, waar de schepper van het Hebreeuwsche drama, Joseph Pen^o de la Vega, verschillende stukken voordroeg.
Op het einde der 17e eeuw bezaten zij een gelegenheid, in