102
ondersteuning van armen in het Heilige Land (jaarlijks werd daarvoor 800 gulden naar Jeruzalem gezonden) en loskooping van gevangen genomen geloofsgenooten.
Uit de invloedrijkste bestuurders der Gemeente waren twee permanente gedeputeerden aangewezen, om met het stedelijk bestuur in gewichtige aangelegenheden te confe-reeren. Omstreeks 1680 waren Manuel Belmonte en Mozes Curiël als zoodanig werkzaam.
In de kunst van het schoonschrijven en penteekenen
bereikte een aantal Portu-geesche Joden een aanzienlijke hoogte: Juda Machabeu (±
1660), JacobdeMeza(± 1690), Abraham Machorro (± 1700), David Nunes Carvalho, Mozes de Ghaves en Michael Lo-pez (allen ± 1720) hebben meesterstukken van calligra-phie nagelaten, welke een treffend beeld geven van hun fijnen smaak en sterk ontwikkeld .schoonheidsgevoel. Als kunsthandelaar vinden wij circa 1682 in Amsterdam Jacob
JACOB GADELLE. Beroemd calligraaf.
(Diego) Duarte uit Antwerpen. Een Portugeesch-Joodsche kunstschilder, Jacob Uziel Cardozo, schilderde op het einde van 1667 het portret van den Rabbijn d’OIiveyra, terwijl als schilders en teekenaars tegen het midden der 18e eeuw leden der kunstzinnige familie Henriques de Castro werkzaam waren.
Graveurs, die zich vooral op het vervaardigen van titelvignetten hebben toegelegd, waren o.a. B. de Almeyda (1693), Benjamin Senior Godines (1687) en Aron Santcroos(1752— 1765). Geen van al deze kunstenaars echter heeft zóóveel bekendheid, ook in niet-Joodsche kringen, verkregen als