99
De verplichting tot het doen van arbeid, de wijze waarop de arbeid moet worden verricht, de risico van den arbeider, de verplichting tot betalen van loon, is bij beide contracten dezelfde.
En, waar de afhankelijke toestand van den arbeider speciale wetsvoorschriften noodig maakt, daar is het tijd te gaan werken met feiten, niet met begrippen. Daar is het noodig, deze regeling te doen rusten op de feitelijke, niet de juridische afhankelijkheid van den arbeider.
Eene dergelijke regeling kan geene plaats vinden in eene wet, die uitsluitend over den Romeinschrechtelijken dienst-huur handelt.
Eene billijke, practische regeling van den arbeid, om het even of hij valt ouder de hier te lande gangbare definitie van „arbeidscontract” of onder het juridische begrip „aanneming van werk” blijft naar mijne bescheiden meening ge-wenscht.