Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



Mestroms gedaan, dan was hij nu ergens rustig kapelaan of pastoor. Misschien zou hij kanunnik worden, bisschop; ach, hij heeft altoos eerzucht.

Hij staat even stil; is dit de Bonapartebrug? Dan is hij weer bij ’t begin uitgekomen.

Hij moet even aan Parijs denken. Op ’n avond was hij met Judy bij de Etoile uitgestapt en ze waren ’n paar maal per vergissing de Are de Triomphe rondgelopen zonder de Avenue in te gaan die ze zochten. Ze dachten dat er aan dat grote plein geen eind kwam, tot Judy gevraagd had, hoe ze op de Rue Balzac kwamen...

„Parijs! Judy!” prevelt hij. Wat vreemd dat men alleen houdt van wat men moest haten: juwelen ogen, semietisch gesluierd. Wat zou ik gelukkig zijn als ik in Parijs woonde in die prachtige Rue Balzac... (Hij heeft nu de Schippersstraat teruggevonden en richt zich naar de kaai.) Deze taal: Aimer, van Géraldy! Judy had smaak; Balzac, Baudelaire, daar hield ze van: Vergeefs zoek ik den God die zich verschuilt. Persoonlijk houdt Lode meer van het lieflijke, zoals Alfred de Musset... die heeft ’n gedicht gemaakt, in een nacht als deze, over een man in het zwart gekleed, die hem overal volgt en die op hem lijkt:

Qlti donc, es-tu, qui donc es-tu, mort frère

Qui riapparais quau jour des pleur s...

Luidkeels gilt Ludwig langs de verlaten kaai: „Je suis la Solitude!”

Hij krimpt in mekaar om dit laatste woord, om zijn eigen stem; het is geen abstractie, maar ’n persoon. Hij klappertandt, de vrees vliegt schielijk in hem op, maar feller dan ooit. Iemand in het zwart, met bedekt gelaat, zijn dubbelganger, waar hij vroeger artistiek blaguerend over heeft gesproken, moest hem lijfelijk tegemoet treden, hier op de hoek — in zijn kamer.

Lange tijd blijft hij voor z’n huis staan. Waar is zijn stok om de spoken af te slaan? Kwam er nou maar een meid naar beneden, dat was tenminste werkelijkheid, niets onwaarschijnlijks. Bloedde z’n hand nog maar, dat was tastbaar. Nu móet het onwaarschijnlijke plaats grijpen, waarop hij heeft gewacht, hij voelt het aan zijn klamme handen, aan de koortsige prikkeling in zijn hals; met klimmende angst gaat hij de trap op. Hij weet ’t zeker, er is

172

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.