moorden. Dan kijkt men liever wat er voor theater hier is.
„Grote God!” roept Lode en ze kijkt naar zijn krant. Portret van Polydoor Ronde. „Le vénérable vieillard Ronde.” Hij is dood. Judy is bedroefd. Eén keer heeft ze hem gesproken. Toen Lode hem beledigd had. In alle theaters van België is men een ogenblik opgestaan; overal zijn rouw-redevoeringen gehouden; universiteiten van Gent en Brussel één dag gesloten.
En Lode, die aan zijn graf zo graag gesproken had, of in de Schouwburg een gedicht van hem voorgedragen? Hij kijkt even naar Judy of het haar schuld is. Hij ziet haar tranen. Ze zwijgen, lezen over den groten Polydoor, een dichter van Europese betekenis. Zelfs in Frankrijk schrijft men over hem, vertaalt men een gedicht aan zijn vrouw;
„Gij vrouw, nog dierbaar aan mijn duistrend harte...”
Met een stem, waarin tranen beven, gaat Judy spreken: Ze vindt dit geen goed teken, de dood van Ronde; ze moesten maar straks terug naar huis, naar Brussel. Als vrouwen doen, die verdriet hebben, praat ze in énen door: Ze vindt dit gedicht zeker niet het mooiste, dat hele lange „De Landman en de Dood”, dat is veel aangrijpender. En op het Montmartre-terras draagt ze uit dat geweldige epos voor, een soort lyrische dodendans, waarin twee vrouwen, de dode dochter en de gestorven vrouw, gefigureerd als de zintuigen van oog en gevoel, den zieltogenden boer troosten, doordat ze met hem meegaan; de dood zelf komt er niet in voor.
Terwijl Judy bijna schreit, is Lode enthousiast. „Pot-verdomme, dat moet gedramatiseerd,” roept hij uit. Nog altoos wil Lode een drama schrijven om beroemd te worden.
„Dat zou zonde zijn, bovendien zou alleen Ronde dat werkelijk kunnen.”
„Jij zou Rozaalken spelen,” zegt Lode, „èn vrouw èn dochter na elkaar.”
Het idee is weer uitmuntend, maar zij schudt het hoofd.
Hij is bevreesd, dat ze hem helegaar ontglijdt. „En we zouden samen een toneelgezelschap oprichten...”
Het is waar, Pressburg zou hen steunen.
Na een lange pauze zegt ze: „In elk geval moeten we niet met zo’n stuk beginnen; geen experimenten meer, maar een gewoon spel. De mensen zijn beu van religieuze proble-
Met de stroom mee. 8
113