Met de stroom mee

Titel
Met de stroom mee

Jaar
1946

Pagina's
194



vragen: „Vin blanc, vin rouge?”. Lode zeggen: „Non, non, de la bière.” „Et deux canettes” zegt de vrouw tevreden. „Et puis?” „Le foie de veau sauté, champignons, pommes vapeur,” leest Judy en kijkt Lode opgetogen om dat mondjevol aan. Servante weg: „C’est entendu.”

Een straatmusicus gaat naar binnen, trekharmonica, smeltend weemoedig, alles naar wens. Hij zingt er bij, ook weemoedig en smeltend. Lode kijkt zijn meisje aan, nu is hij toch wel content en alles vergeten, licht-dronken.

De lezer vraagt zich af wès de auteur deze volkomen onbelangrijke discussie over de „carte” weergeeft en de auteur bekent: „ik weet het ook niet.” Maar besproken werd er Goddank niets van gewicht; er was een zorgeloze stemming, die ook niet eindigde, toen na d e Crème d’Isigny de gezellige dikkerd vroeg: „Ces Monsieur-dame ont fini?”

Men had namen genoemd waarvan men dacht, dat het andere spijzen waren; chichorée is wat anders te Brussel dan in Parijs en wat is pommes mousselines? Wat een vreemd soort vis zijn Rougetsi

Men neemt een café arosé, hetgeen ook een prettige ontdekking is, en wandelt langs de Boulevard. Judy zou wel altoos door willen flaneren, deze heerlijk-zachte herfstavond in Parijs. Maar Lode wil niet te laat naar bed. Hij zegt: „Hotel”, maar Judy lacht een beetje nerveus, het zal er wel van komen. „Laten we ergens gaan waar muziek Is ol tenminste gezongen wordt...”

Uit een groot café klinkt muziek en Lode maakt zijn karakteristiek Brussels gebaar met zijn stok. Een grote menigte zit aan marmeren tafeltjes en lacht om wat een dame op een podium zingt. De nieuw aangekomenen begrijpen niet waarover het gaat. Ze lachen zonder veel begrip mee en wachten geduldig bij hun fine, die hun dadelijk geserveerd wordt. Het is een beetje ongastvrij, dat zè direqt moeten betalen, maar er zal wel reden voor zijn. Lode mompelt, gecontrarieerd in zijn beurs zoekend: „Pas si vite, non dedjale”. Misschien geen klassiek Frans, maar een type als Lode leert overal spreekwijzen waar hij komt.

Nadat het toneeltje even leeg heeft gestaan, verschijnt op platvoeten een zonderlinge figuur, een dikke abbé, met een bizonder kromme neus en een geweldig kruis om de hals. Vreemd, hoezeer die Fransen allemaal op joden lijken,

109

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.