Het zotte vleesch

Titel
Het zotte vleesch

Jaar
2007

Pagina's
228



daar de baron van G., ginds de jonkheren C en D., mitsgaders de burggraaf. Aan het eind verheft zich mijn woning, de eenvoudige stulp van Israël Moser, koopman en fabrikant” Luidruchtige nieuwjaarswensen van den hoek omzwenkende feestelingen deden hem zwijgen. Dan voer hij voort: „Vrienden, mijn vader was ’n hoogstaand man, maar van adel was hij niet. De burgemeester van

S. en de notabelen kwamen bij hem en zeiden: Ziet, ge zijt zon brave Jood, waarom wordt ge geen Christen? Maar zeer ter snede antwoordde mijn vader: Dan zou ik geen brave Jood meer zijn.”

„Dat heeft men meer gezien,” viel Jansen in, die ’t koud begon te krijgen.

Arthur wilde zijn vader meeslepen. Maar deze vervolgde nerveus: „Mijn vader was n eenvoudig man en hij zei altijd: Laten wij God danken, dat we ons brood hebben. Maar ik - het verdroot mij dat al deze adellijke heren zulke fiere wapenspreuken voeren en wij niet: De Adelaar vangt geen vliegen; Door het Zwaard tot de Zon; Kruis en Zwaard voor de heerlijkheid Gods - en de familie Moser dan?” Hij wierp n desolaten blik op de Sociëteit, die voor hem gesloten bleef; „maar zoëven bij het twaalfde glas, juist bij het twaalfde, kreeg ik n uitmuntend idee. Ik heb mij ook ’n devies bedacht dat ik zal doen schilderen boven mijn woning: „Door nijvre vlijt tot heerlijkheid.”

De familie, verbaasd en ontevreden, doch ook bewogen door den wijn, volgde het indrukwekkend grote kind, dat luidschallend zong: Allons enfants de la patrie, le jour de boire est arrivé. Bartholomaeus verliet hen, hij ging nog kienen om wild. Voorbij de kerk verrees het vierkant herenhuis uit de dagen der Restauratie.

De heer Moser opende de deur met het gebaar van boeren-burgers-buitenlui-gaat-dat-zien en zong oprecht verheugd: Treedt binnen, treedt binnen. De politieagent sloot consciëntieus de zware deur, die in feodale wormstekigheid geenszins voor de entrees van den naburigen adel onderdeed. In de statige corridors hingen dezelfde wansmakelijke schilderijen van jagende ruiters en hijgende beesten, intieme bronnen met stupied glimlachende herderinnetjes, voorts koeien, veldslagen en eenden; de gang was lang en tegen eind





Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.