„Je schijnt het niet zwaar op te nemen .. .”
gevoeld heeft niet bij machte te zijn, om zo’n houding van een vijand, met z’n gewone phrases te beantwoorden. Met een knars draait hij de sleutel in het slot om. „Maakt ook gar nichts aus. Waarschijnlijk is hij verniet geworden.” Het geluid van zich verwijderende, zware laarzen klinkt door de holle gevangenisgang. Dan wordt het stil...
In de cel naast Peter zit de „zwijgzame” op de rand van zijn krib. Het is dus zo ver. Straks wordt hij gehaald en is alles voorbij. Of het nog een paar uren of een paar dagen duurt maakt niet meer uit. Met bitterheid gaan zijn gedachten naar het verleden terug. Op zijn twaalfde jaar als „ongewenst in de maatschappij” naar een verbeteringsgesticht gestuurd, bestaat de tijd daarna voor hem slechts uit een aaneenschakeling van dingen, die je beter anders kunt doen en dingen, die verboden zijn. Dan ziet hij zich op 21-jarige leeftijd als vrij mens het tehuis verlaten, niet vermoedende, dat de consequenties van zijn verwaarloosde opvoeding hem zullen blijven volgen. Weer voelt hij de nieuwsgierige blikken, die zich achter zijn rug op hem richten en hoort hij de fluisterende stemmen:. in een tuchtschool gezeten.” „O ja?” „Niet gevaarlijk?” „Neen, maar toch voor oppassen.” Weer hoort hij de woorden van den fabrieksbaas, toen hij even in het kantoortje moest ko-
148