van een wil zo goed als geen sprake. Men verweert en reageert naar gelang vorige invloeden hun kracht lieten gelden. Een gedachte, zó moet het, blijft altijd maar een wens. Of die wens in vervulling zal gaan, hangt af van talloze factoren, waar we zelf geen zeggenschap over hebben. Dan breekt als een lichtstraal in het donker de gedachte zich baan:„Ik heb getracht voor het goede op te komen. Eens zal ook mijn kind van de door ons gebrachte offers profiteren. Ik weet tenminste, waarvoor ik sterf, millioenen die het niet weten”. Er komt een kalmerende rust over Peter. Ja, wat is een mensenleven in verhouding tot eeuwen? Wat is een overtuiging in verhouding tot de tijd, die nergens aan gebonden is. Wat vandaag als juist aangenomen wordt, blijkt morgen weer verouderd en overmorgen weer vergeten. Millioenen mensen zinnen op wraak, winden zich op, maken en verwerpen plannen, beschimpen en bevechten elkaar. Maar de tijd gaat door. Iedere seconde door haar uitgeteld, is een stap naar de dood, naar het begin van de eeuwigheid. Wanneer de celdeur geopend wordt en een Hollandse SS-soldaat met een paar sigaretten in zijn hand binnen treedt, is deze zichtbaar verbaasd, de in grote zenuwspanning achtergelaten man nü zo intens rustig op zijn krib te zien zitten. Met een paar woorden geeft hij er blijk van. „Zo, je schijnt het leven niet te zwaar te nemen wel?” Peter schudt zijn hoofd zonder te antwoorden. Zijn nu glasheldere geest ziet voor ’t eerst den soldaat niet meer als een door het fascisme misleiden tegenstander, maar zuiver en alleen, den mens. Wat was er voor verschil tussen hemzelf en dezen man? De man draagt het uniform van geweld. Heeft hij zelf ooit andere plannen gehad ? Of men vecht voor recht of onrecht, oorlog of vrede, doet er niet toe. Men vecht en daarmee uit. Rustig neemt hij de aangeboden sigaretten in ontvangst. Dan klinkt zacht zijn stem: „We zijn mens, vriend. Hoe we de zaak ook wenden of keren, we blijven altijd gedoemd te strijden, alleen de dood brengt de verwezenlijking van rechtvaardigheid, rust en vrede.” Als de soldaat ziet, dat Peter na deze woorden roerloos voorover op zijn bed in de rook van z’n sigaret staart, begrijpt hij, dat hier een antwoord overbodig is. Een zachtjes dichtslaande celdeur bewijst, dat hij intuïtief
147