ogen neer. Terwijl hij de papieren aan den Duitser overhandigt, vertaalt hij Peters woorden. De Duitsers kijken even verbluft. Dan geeft een van hen den SS-soIdaat, die achter Peter staat, een wenk.
„Ah!”
Door lange gevangenisgangen wordt Peter weggeleid.
Nu Peter de celdeur achter zich dicht hoort slaan, grijpt de wanhoop hem aan. Hij is ten dode opgeschreven. Er is geen ontkomen meer aan. k [isschien nog enkele dagen of uren, dan is zijn leven gewelddadig geëindigd. Hij moet sterven, beschuldigd van iets, dat hij niet gedaan heeft. O, verdierlijkte, waanzinnige rechters, wanneer zal jullie de macht, om mensenlevens te vemietigea, ontnomen worden. Welk mens kan zo hoog boven een and ir verheven zijn, dat hij het recht heeft, zijn medemens te laten sterven? Terwijl hij met zijn gezicht naar de tralies gekeerd staat en een stukje van de blauwe lucht ziet, gaat er een stroom van verlangen door Peter heen. Wat moet er van zijn vrouw en kind terecht komen ? Hoe lang zal de oorlog nog duren? Zullen anderen bereid zijn om zijn gezin door de moeilijkheden te helpen? Ach, wat betekent voor hen het leed van een achterblijvende vrouw en kind, vergeleken bij eigen zorgen ? Dit overwegend komt er een schrijnend gevoel in Peter’s hart. Heeft hij door zijn strijd voor het recht niet het recht van zijn 'touw en kind vertrapt? Zal zijn niet financieel gesteunde vrouw in ’t vervolg alleen de harde slagen van het leven moeten trotseren ? Is hij daar de schuld van, hij, die altijd voor zijn gezin het beste wilde ? Was hij geen verdwaasde utopist, toen hij zich met politiek inliet? Hij wist toch dat de voor recht strijdende mensen altijd doodsgevaar lopen en vele anderen er altijd weer op uit zijn om van de door strijd verkregen verbeteringen misbruik te maken ? .. . Even staat Peter roerloos voor zich uit te staren. Hij weet op de aan zichzelf gestelde vragen zo gauw geen antwoord. Nu eerst doorleeft hij in de diepste zin de betekenis van het woord „Verantwoordelijkheid”. Dan laat hij zijn handen, die hij strak tegen zijn hoofd gedrukt gehouden heeft, slap langs zijn lichaam vallen. Als een openbaring dringt het tot hem door: ik kon niet anders. De mens denkt zelf te willen, maar er is
146