weer. Na een tijdje wordt hij echter rustiger. Ach, hoe klein is de mens, wat heden sterk lijkt en fier, is morgen in rook opgegaan.
„Au!” Peter bezeert zijn hand aan een rol prikkeldraad. De Haftling, die de draad tegen palen moet spijkeren, kijkt van zijn werk op.
„Ja, kijk maar uit, je hebt hier zo infectie.”
Peter antwoordt niet. Dat rotwerk ook. Was hij vandaag maar met een ander commando meegegaan. Het watergraaf-commando heeft de naam het meest vrije commando te zijn. Maar veel liever staat Peter te spitten. Wat heb je er aan, of je de dag makkelijk door kan brengen, als je zo’n oude maat hebt 1 Waar moet je met zo iemand over praten ? Duivels, nu Peter aan zijn hand staat te zuigen ziet hij pas, wat een opgezette voeten zijn maat heeft.
„Hé maat, zijn je voeten van de koolsoep zo dik geworden V
„Neen.” De man schudt zijn hoofd. „Die benen waren al zo opgezet vóór ik in het kamp kwam, omdat ik al eens eerder iets in mijn leven heb meegemaakt.”
Nu is Peters belangstelling gewekt. „In Mofrika ?”
„Neen. Het is wel begrijpelijk, dat men tegenwoordig alle ellende aan de oorlog toeschrijft. Maar dat is niet altijd juist, want vóór de oorlog waren er talloze mensen, die het slachtoffer van abnormale toestanden waren. Ze liepen alleen niet
127