meisje is ook bij hen, of liever gezegd, m’n vrouw.” Dit laatste heeft hij er enigszins terughoudend aan toe gevoegd, als was het eerst niet zijn bedoeling om erover te praten, doch nu hij het onderwerp aangeroerd heeft, voelt hij zich schijnbaar verplicht, om er op door te gaan. „We zouden tenminste gaan trouwen, maar daar komt nu niets van.” Henk vindt, dat het gesprek lang genoeg geduurd heeft, daarom stelt hij den jongen, die hem met een bezorgd gezicht aankijkt, met een paar woorden gerust: „Ga maar gauw slapen, want je meisje zal heus wel op je wachten. Goede nacht.” „Ach, is het mistroostig antwoord, daar denk ik ook niet aan. Slaap wel.” Wanneer Henk al bijna ingeslapen is, wordt hij weer klaar wakker door de woorden van zijn nieuwen vriend. „Henk, slaap je al?” „Neen, wat dan?” „Zou je het erg vinden, als je moest trouwen ?” „Waarom ?” „Nou ja, het is zo met m’n meisje,” is het gespannen antwoord. Kwasi verontwaardigd, dat hij voor zo’n kleinigheid uit zijn slaap wordt gehouden, moppert Henk: „Ach man, ga slapen. Als je geen andere zorgen aan je hoofd hebt, mag je blij zijn. Zou je een paar maanden later trouwen, ook een zorg.”
Even later klinkt er een diepe zucht naast Henk. Denkelijk heeft de jongen ontdekt, dat de wetten van fatsoen niet door iedereen even serieus genomen worden. De volgende avond ziet Henk, dat André reeds op bed ligt. Op zijn vraag: „Hé, maf je al?” krijgt hij geen antwoord. Nu ontdekt Henk, tot zijn verbazing dat z’n kameraad zijn kleren aangehouden heeft. Ach, schiet het hem te binnen, hij is natuurlijk even gaan liggen en toen in slaap gevallen. Wacht, hij zal hem wakker schudden. „Hé, vriend, bedtijd! Wakker worden, je kleding uit!” De jongen beweegt zich niet, een kreunend geluid is het enig antwoord. Een bed lager roept iemand: Laat liggen jö, wij hebben hem naar bed gebracht. Hij is er beroerd aan toe. Een soldaat heeft hem met de geweerkolf op zijn longen geslagen. Hij heeft koorts ook.” Henk is verontwaardigd. „Brengen jullie hem dan hier? Waarom niet naar de ziekenzaal ?” Hij krijgt geen antwoord. Waarschijnlijk meent de man, dat hij zijn plicht gedaan heeft, of misschien deed hij het op bevel van een capo. Henk haast zich naar den blokoudste om
125