te spelen nog zwakker kunnen worden, met op zijn minst tot gevolg de ontkenning van de plicht en de kracht, om zelf aan ons leven richting te geven. Maar zand erover. Die capo sprak over geld, hoe komt hij daaraan ?”
„Weet je dat niet?” Henk’s maat is verwonderd. „Alle capo’s bezitten minstens enige tienduizenden guldens. Het brood, dat ze uit de keuken organiseren wordt, samen met de uit onze pakketten gestolen levensmiddelen, aan de joden verkocht. Laatst, toen er enige honderden nieuwe Haftlingen gearriveerd waren, maakten de capo’s in de barak bekend, dat ieder zo gauw mogelijk geld van thuis moest zien gestuurd te krijgen, dan konden ze in de cantine wat brood extra kopen. Nadat er enige tijd verstreken was, hielden de heren capo’s onverwachts broekzakken-contróle. Ieder, die geld bij zich had, moest dat direkt afgeven. Nooit hebben ze er iets van terug gezien.”
„Het is toch wel mogelijk om iets te kopen, als je hier conto hebt?” „Zeker, doch dat geld moet officieel ingeleverd worden, dat hadden de capo’s er niet bij verteld. Daardoor was het hun ook mogelijk alles in beslag te nemen.”
„Ach, wat gebeurt er toch veel, waar ik nog geen erg in gehad heb,” zegt Henk.
„Dat is nog niets, er zijn hier capo’s, die regelmatig radiotoestellen uit de Philips-werkplaatsen organiseren en aan de burgers verkopen. Onze vorige commandant is gefusilleerd, omdat hij op dezelfde manier als de capo’s millioenen van de joodse mensen heeft geïncasseerd.” „Dat had hij ook niet moeten doen,” antwoordt Henk laconiek „zonder bevel van hoger hand, is stelen bij de Duitsers strafbaar.”
Voordat Henk gaat slapen, neemt hij nog even de tijd om aan zijn gezin te denken. Overdag wordt hij teveel afgeleid, maar ’s avonds, wanneer alles rustig wordt, heeft hij het gevoel, dat z’n gedachten met die van zijn vrouw een eenheid vormen. Juist het beleven van die eenheid, geeft hem weer nieuwe kracht. Vanavond krijgt hij daar echter geen kans voor. De Haftling, die anders naast hem sliep, is wegens de tocht naar een betere plaats verhuisd. Daar heeft Henk een strop aan, want de man was voor zijn doel het ideale slaapje.
123