Tabel ll$b. „Niet-Joodse” beroepen.
als Jood herboren
niet als Jood herboren
totaal
Hebreeuws lezenden
19
7
26
niet Hebreeuws lezenden
44
2 5
69
63
32
95
Likelihood-ratiotoets: —2log X = 0,75- = Xi °>7773 < °>79r3
Effect van „beroepen” op „Hebreeuws lezen” en „als Jood herboren willen worden”: Likelihood-ratiotoets:—2log X = 9,23 = 0,0244< k< 0,0268
Uit het toetsingsresultaat voor tabel 11 £ blijkt dat er een indicatie is, dat relatief meer Hebreeuws lezende Joden als Jood herboren willen worden dan niet Hebreeuws lezende Joden (zie ook tabel 104, blz. 111). Dit resultaat verschilt enigszins met de bij tabel 104 vermelde uitslag, hetgeen uiteraard moet worden toegeschreven aan het gebruik van verschillende toetsingsgrootheden. De uitslag bij tabel 104 is hier maatgevend.
Het resultaat van de toetsing of de klassifïcatie „beroepen” onafhankelijk verdeeld is van de klassificaties „Hebreeuws lezen” en „als Jood herboren willen worden” geeft een indicatie dat de simultane verdeling van deze laatste twee klassificaties afhankelijk is van de eerstgenoemde. „Beroepen” heeft enig effect op de verdeling naar „Hebreeuws lezen” en „als Jood herboren willen worden”.
De resultaten van de tweezijdige toetsingen van de tabellen 11 ^a en ii^b geven noch voor Joden uit „Joodse” beroepen, noch voor Joden uit „niet-Joodse” beroepen aanleiding te veronderstellen dat Hebreeuws lezende Joden van niet Hebreeuws lezende Joden verschillen naar de wens als Jood herboren te willen worden. Hier geldt hetzelfde voorbehoud dat naar aanleiding van tabel 112b werd gemaakt.
172