Uit het toetsingsresultaat voor tabel 114 blijkt dat er een indicatie is, dat relatief meer Joden uit „Joodse” beroepen als Jood herboren willen worden dan Joden uit „niet-Joodse” beroepen, (zie ook tabel 97 opblz. 127).
Het resultaat van de toetsing of de Massificatie „Hebreeuws lezen” onafhankelijk verdeeld is van de klassificaties „beroepen” en „als Jood herboren willen worden” geeft een indicatie, dat de simultane verdeling van deze laatste twee klassificaties afhankelijk is van de eerstgenoemde.
„Hebreeuws lezen” heeft enig effect op de verdeling naar „beroepen” en „als Jood herboren willen worden”.
De resultaten van de tweezijdige toetsingen van de tabellen 114a en 114b geven noch voor Hebreeuws lezende Joden, noch voor niet Hebreeuws lezenden aanleiding te veronderstellen dat Joden uit de „Joodse” beroepen van Joden uit „niet-Joodse” beroepen verschillen in hun verdeling naar de wens als Jood herboren te willen worden. Hier geldt hetzelfde voorbehoud dat naar aanleiding van tabel 11 2b werd gemaakt.
Tabel 115. Alle ondervraagden.
als Jood herboren
niet als Jood herboren
totaal
Hebreeuws lezenden
54-
H
68
niet Hebreeuws lezenden
81
38
119
*35
*2
187
Likelihood-ratiotoets: —2log X = 2,86 = /2 Tabel 11 Sa- »Joodse’
0,0416 < kr < 0,0471 * beroepen.
als Jood herboren
niet als Jood herboren
totaal
Hebreeuws lezenden
35
7
42
niet Hebreeuws lezenden
37
13
50
72
20
92
Likelihood-ratiotoets: —2log X = 1,19 = %i °>2733 < k2 < 0,2943
171