BIJLAGE 4
HEBREEUWSE EN JIDDISCHE UITDRUKKINGEN, in dit werk gebruikt of aangehaald
Chanoekah inwijdingsfeest (het Joodse lichtfeest, dat meestal in de maand
December valt.)
Choepah (Choppe) in feite een onderdeel van de Joodse huwelijksceremonie; in de volksmond een aanduiding voor het kerkelijk huwelijk Galuth diaspora
Gazzen voorzanger in de synagoge
Halagische volgens de orthodoxe traditie
Jom Kippoer Grote Verzoendag
Jordiem emigranten uit Israël
Kadosch (Kadisch) lofzegging op de heiligheid van God (in verband met de tekst bedoeld als de lofzegging die door een volwassen Jood wordt uitgesproken ter nagedachtenis van een overledene)
Kehilloth Joodse gemeenten
Kibboets collectieve nederzetting in Israël
Kosher (kasjeer) door het rabbinaat toegestaan
Matzes (matzoth) ongezuurd brood, gebruikt bij het Joodse Paasfeest
Medine in verband met de tekst de aanduiding voor de Joodse gemeenten
in Nederland buiten Amsterdam Mezoezah aan de deur aangebracht rolletje met Torah-tekst
Minjan tien kerkelijk meerderjarigen, die vereist zijn voor bepaalde
erediensten
Ngieloo (hoogduitse uitspraak) slotgebed op Grote Verzoendag
Oliem emigranten naar Israël
Oroun koudesj Heilige Ark (hoogduitse uitspraak)
Pesach Joods Paasfeest
Sabres in Israël geboren joden
Séfer boek (in verband met de tekst bedoeld als afkorting van „séfer
Torah”, het boek van de leer, de pentateuch)
Seideravond de eerste avond (en) van het Joodse Paasfeest, waarbij via een
aantal vormen en symbolen aan de Joodse kinderen wordt verteld over de uittocht van Egypte Shtetl kleine stad of dorp in het Joodse Oost-Europa van vóór de tweede
wereldoorlog
173