Tabel 113a. „Joodse” beroepen.
aparte groep
niet aparte groep
totaal
Hebreeuws lezenden 29 niet Hebreeuws lezenden 9
19
41
48
50
38
60
98
Likelihood-ratiotoets: —2log X = 19,29 = kr = 0,00001
Tabel 113b. „Niet-Joodse” beroepen
aparte groep
niet aparte groep
totaal
Hebreeuws lezenden 9 niet Hebreeuws lezenden 8
21 7i
30
79
17
92
109
Likelihood-ratiotoets: —2log X = $,92 = 0,0143 <k2 < 0,0160
Effect van „beroepen” op „lezen Hebreeuws” en „aparte groep” Likelihood-ratiotoets: —2iogX = 18,78 = yfè 0,0003 < k < 0,0004
Uit het toetsingsresultaat voor tabel 113 blijkt nog eens dat er zeer sterke aanwijzingen zijn, dat relatief meer Hebreeuws lezende Joden positief staan tegenover de Joden als aparte groep, (zie ook tabel 103, blz. 131).
Het resultaat van de toetsing of de klassificatie „beroepen” onafhankelijk verdeeld is van de beide klassificaties „Hebreeuws lezen” en „aparte groep” geeft een zeer sterke indicatie, dat de simultane verdeling van deze laatste twee klassificaties afhankelijk is van de eerstgenoemde. „Beroepen” heeft een duidelijk effect op de verdeling naar „Hebreeuws lezen” en „aparte groep”.
Het resultaat van de twee zijdige toetsing van tabel 113a geeft een zeer sterke indicatie dat voor Joden uit „Joodse” beroepen geldt, dat relatief meer Hebreeuws lezende Joden positief staan tegenover Joden als aparte groep dan niet Hebreeuws lezenden. Gezien het relatief kleine aantal (98) is dit effect zeer sterk.
169