te wijzen zijn, welke de specifieke kenmerken waren die de geniale sociale organisatie, waarvoor onder meer de farizeeïsche rabbijnen de grondslag hebben gelegd, hebben doen slagen1. Verder zal uit een onderzoek als dit een meer objectieve vaststelling mogelijk zijn van de vele beweringen, die met meer of minder wetenschappelijke pretenties over de Joden worden geuit. Die beweringen kunnen gewone volksmeningen zijn, vaste stereotypen, door Joden, niet-Joden of beiden zonder verder nadenken voor waar gehouden. Zij kunnen ook door literatoren van elk niveau en elke instelling, door beoefenaars der sociale wetenschappen of door theologen worden gesteld, van filosemitisch of antisemitisch commentaar worden voorzien: objectief onderzocht worden zij zelden.
C. Tenslotte zou ik enige aandacht willen vragen voor wat men een bijdrage tot het toegepast sociaal onderzoek zou kunnen noemen. Wij hebben vastgesteld, dat een belangrijk deel der Amsterdamse Joden zich kenmerkt door vereenzaming, gebrek aan kennis der cultuur van hun voorouders en daarmee samenhangend een weinig positief ondergaan van de situatie waarin zij geplaatst zijn. Dit zijn de objectieve feiten. Onze subjectieve houding - bepaald door onze appreciatie van deze groepscultuur, door onze opleiding in de sociale agogie, kortom door onze levenservaring — doet ons deze feiten als negatief ervaren2. Het doet ons zoeken naar de wapenen, waarmede
1 Zie ook Max Weber: Gesammelte Aufsätze zur Religionssoziologie — III, Das antike Judentum, Tübingen, 1921, p. 442: „Die Verheiszungen der Propheten, Abscheu und Verachtung gegen die christliche Vielgötterei, vor allem aber die, durch eine beispiellos intensive Erziehung der Jugend in einer rituell ganz fest geordneten Lebensführung geschaffene, überaus feste, Tradition und die Macht der fest geordneten sozialen Gemeinschaften, der Familie und der Gemeinde, die der Apostat verlor, ohne gleichwertigen und sicheren Anschlusz an die Christengemeinden in Aussicht zu haben, dies alles liesz und lässt die jüdische Gemeinschaft in ihrer selbstgewählten Lage als Pariavolk verharren, solange und soweit der Geist des jüdischen Gesetzes, und das heiszt: der Geist der Pharisäer und spätantiken Rabbinen ungebrochen weiterbestand und weiterbesteht. ”
2 Het lijkt ons juist op deze bladzijden die, — in logisch verband met de voorafgaande studie -, zoveel nadruk leggen op het belang van een zinrijke verhouding van de individuele Jood tot de Joodse groep, ook een opmerking tot relativering te maken. Het Jood-zijn is slechts één aspect van het zijn van de Joodse mens. Zijn leven en persoon worden door vele andere factoren bepaald. Hij kan problemen hebben door
133