II
DE TOEKOMST
1/antisémite reproche au Juif d’être Juif; le démocrate lui reprocherait volontiers de se considérer comme Juif. Entre son adversaire et son défenseur, le Juif semble assez mal en point: il semble qu’il n’ait rien d’autre à faire qu’à choisir la sauce à laquelle on le mangera1.
In het afsluitende hoofdstuk van dit proefschrift lijkt het mij goed expleciet te stellen welke de verhouding is tussen de schrijver en zijn onderwerp. Anders gezegd; welke zijn de doelstellingen van dit onderzoek? Hierbij valt op te merken dat in de sociale wetenschappen bijna altijd een relatie bestaat tussen object en onderzoeker buiten het onderzoek zelve2. Daarom lijkt het mij juist dat men in deze tak van wetenschappen iets weet van de persoonlijke instelling van de auteurs.
Aan dit werk liggen drie elkaar gedeeltelijk overlappende doelstellingen ten grondslag.
A. In deze studie wordt beschreven hoe een groep met een uitgesproken cultureel patroon zich langzaam ontbindt. Haar leden verliezen voor het grootste deel de maatschappelijke kenmerken, die haar onderscheiden van de omgevende groep. De attitudes ver
131
1
uit „Reflexions sur la Question Juive” Jean-Paul Sartre, Paris 1946, pp. 73/74.
2
Men denke b.v. aan de problemen die optreden wanneer een sociaal onderzoeker de positie van de intellectueel in onze maatschappij behandelt.