De joden in Amsterdam

Titel
De joden in Amsterdam

Jaar
1967

Druk
1967

Overig
1ed 1967

Pagina's
185



verwant aan de „normale” niet-Jood. In Israël is hij toch ook een normaal volkslid.

Men tenslotte is ook de Jood zelf. Hij vindt in het algemeen niet dat de Jood dezelfde eigenschappen heeft als de Israëli (88 nee, 37 ja). De Israëli is zelfbewuster, agressiever, minder „Joods” zeiden vele respondenten. Negatief ziet de Jood de Israëli dus meer gelijk aan de niet-Jood; positief vrij van angst voor het antisemitisme, een der meest kenmerkende eigenschappen van de Jood in diaspora. De Joodse staat maakt aldus Joden tot Israëli’s. In de diaspora blijven de Joden. Psychologisch wordt de verhouding Joden en Israëli’s bepaald door het door beiden aangenomen niet-Joodse „frame of reference”. De Jood ziet in Israël een versterking van zijn zelfrespect. Iedere militaire overwinning moet de niet-Jood bewijzen dat de Joden ook kunnen vechten. De Israëli’s willen het liefst de Joodse geschiedenis in ballingschap loochenen en alleen de normale geschiedenis in het eigen land als de hunne erkennen. Het is waar dat de grenzen tussen Jood en niet-Jood steeds onduidelijker worden, maar het maakt het verlaten of binnentreden van deze vager wordende Joodse groep niet gemakkelijker maar juist moeilijker. Tot in de 19e eeuw verliet de Jood in Europa zijn groep door zich te laten dopen. Zijn ouders deden de ceremoniën die voor de doden pasten, sjiweh zitten; er was bij beide partijen een duidelijke rite de passage. Voor beide partijen was de voormalige Jood nu een lid van de niet-Joodse groep geworden. De huidige Amsterdamse Jood die zich laat dopen, doet al iets dat zijn niet-Joodse buurman misschieen nooit heeft gedaan (de helft van de Amsterdamse bevolking is geen lid van een kerkgenootschap1). Aan de andere kant heeft hij bij het niet nakomen van de Joodse gebruiken dit gemeen met de grote meerderheid van de Joodse

Heine is het prototype geworden van de huidige Jood. Hij verzaakte de traditie en had slechts gevoelsmatige banden met een groep, die hij niet als een kerkgenootschap, maar als een lotsgemeenschap beschouwde zonder positieve waarde, maar wel met de risico’s „der unheilbar grossen Brüderkrankheit”.

Heine verliet eens de groep, maar de groep heeft hem ingehaald.


I 2 I

1

Stedelijk jaarverslag, Amsterdam ’62.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.