„Das nationale Zentrum, die Konzentration in Erez Israel wird also das langsame Dahinwelken des Galuth beschleunigen, der quelvollen Agonie ein Ende setzen; wird eine vollwertige Assimilierung in der Zerstreuung, im Getriebe der Völker, ermöglichen. Das Hebräische Palästina wird gleichsam eine Proklamation erlassen: hier nationale Wiedergeburt, dort nationaler Tod. Es wird nun ein Entweder-Oder geben: entweder Ganzjude, hebräischer Jude, oder alles andere als Jude. Es wird aber nicht mehr Halbjuden geben, deutsche, französische, englische u.s.w. Juden. Kurz, Palästina wird die nationale Ganzheit der Juden ermöglichen: entweder ganzer Jude oder ganzer Nichtjude zu sein. ”
Dit nu schijnt niet te gebeuren, eerder omgekeerd. Men gaat onderscheid maken tussen Joden en Israëli’s.
Men, dat is de niet-Jood, die het beeld van de Jood zoals hij zich dat in de Europese geschiedenis gevormd heeft kennelijk ongaarne mist. In Amsterdam alleen zijn er twee cabarets (Max Tailleur en Lilalo) die voor een bijna uitsluitend niet-Joods publiek in deze behoefte voorzien. Een aantal van onze respondenten zagen in voorstellingen zoals deze kennelijk vooral het gevaar dat zij het stereotype van „de Jood” nog in sterkere mate in het huidige Nederland zou verankeren. In de interviews werd dan ook vele malen fel critiek gegeven op Max Tailleur die antisemitisme zou aantrekken. Het grootste naoorlogse kassucces in Nederland werd het toneelstuk „Potasch en Perlemoer in Textiel”. Een der geënquêteerden, wiens vader reeds met de Joodse traditie gebroken had, nam tenslotte op Grote Verzoendag een snipperdag, omdat men hem enige achtereenvolgende jaren gevraagd had waarom hij als enige Joodse arbeider van de werf op een Joodse hoogtijdag kwam werken.
Men, dat is ook de Israëli, die opgevoed moest worden in een ideologie die afrekende met de mentaliteit van de Jood in het galuth1. Het resultaat is een onbegrip van de sabre (in Israël geborene) voor de galuth-Jood, die zich liet afslachten; die in hoofdzaak bestaat van de handel. Vele Israëli’s bedienen zich dan ook van de negatieve stereotypen, welke bij de Europese niet-Joden over de Jood gelden2. De sabre staat vreemd tegenover de Jood en voelt zich vaak meer
I 20
1
Hebreeuws woord voor ballingschap.
2
In Israël is enkele jaren geleden een grote opschudding ontstaan toen eindexamen-candidaten op het thema „tweeduizend jaar galuth en tien jaar Joodse staat” in hun opstellen de Jood in diaspora in het algemeen uiterst negatief beschreven.