JE OGEN.
Je ogen die toen helder waren, een bron van onverwoeste kracht, het felle waaien van je haren, gelijk een diepe golf van nacht, dat helder en dat donker leven, waarin je wezen was gekleed, de overgaaf en het weerstreven, waarin je het bestaan doorleed — er is geen teken van gebleven, het heil werd eenzaam in mijn hart, nu jouw geweldig, donker leven het licht der wereld niet meer tart.
2 6