tk —ta, ta, ta, — ta, ta, ta. Naar den dood
— naar den dood — naar den dood .. . Oude-juffrouwen-sentimentaliteit. Hij
speelt met dingen, die niet bij hem hoo-ren. Hij speelt, nu en altijd. Naar den dood
— naar den dood ... O Godverdomme! ik hou het niet uit!
Hij knijpt zijn rechterhand in zijn zijzak tot een vuist samen, en omklemt de revolver. Hij speelt, hij speelt, dat de wielen zingen: naar den dood, naar den dood, naar den dood . . . Hij speelt, dat hi) geen raad met zichzelf weet en moet overgeven, zich volkomen moet overgeven. Hij speelt, dat hij het revolvertje tegen zijn slaap zet. Hij speelt — hij speelt, dat hij den haan overhaalt...
Dan speelt hij niet meer.
Door de stad loopen nog dagelijks de menschen, die werken en de menschen, die niet werken. Er wordt gepraat en gelachen en gevloekt en geweend. De menschen doen alle redelijkheden en dwaas
150