voor zijn ouders. Zij zullen niet al te zeer verbaasd zijn. Zij weten nu wel iets van zijn kuren.
Hij heeft zijn koffer zelf gepakt. Veel neemt hij niet mee. Zijn voornaamste levensbehoeften draagt hij bij zich. Een kammetje om zich voor de dames te allen tijde behoorlijk te vertoonen. Een portefeuille, waarvan de inhoud hem eenige weken in het leven kan houden. En het zilverig glanzende revolvertje. Alles levensbehoeften of speelgoed, al naar men het beschouwt.
De trein is al eenige uren onderweg als Louise van der Kooy ontwaakt. Zij heeft zich al dikwijls slap gevoeld, maar nog nooit zooals thans. Een geestelijke depressie, constateert zij, en geeft zich dan over aan de tranen. Zij veracht Dries, maar zij zou nog naar hem toe willen. Zij is kleinmoedig genoeg om het zich te bekennen. Weinig beseft zij, hoe ijdel haar verlangen is.
Papa en mama schrikken als zij haar dien ochtend aanschouwen. Ook in dit huis verschijnt de alwetende geneesheer.
148