een kammetje om zijn haardos te verzorgen, en een vulpen om ware of valsche woorden neer te schrijven. Hij mag een revolvertje bij zich hebben, haast een speelgoedding, dat je in elk net gezelschap kunt vertoonen, zonder meer dan gepas-ten schrik aan te jagen. Hij mag het lief-koozen als een dierbaar stuk, als iets van zijn eigen lichaam, tot eigen vermaak dienend.
De wolk, die boven de stad hangt, doordringt de hersens van Dries Hartvelt. Maar hij wordt niet gek. Voorbij zijn huis rijdt de ziekenauto, die Johan Alberts naar de zenuwlijderskliniek vervoert. Maar Alberts weet het niet en Dries weet het niet. Alberts is gek, maar Dries is bij zijn positieven. Hij stelt zijn gedachten in het gelid. Zij marcheeren op, zij roffelen, zij vuren, zij paffen de wolk uit elkaar.
Het leven begint weer. In de straten bewegen zich werklieden, en melk- en groenteboeren. Dries Hartvelt reist naar het Noorden van Italië. Lago Maggiore, Lago di Como . .. De trein vertrekt om zes uur vijfendertig. Hij laat een briefje achter
147