houvast aanbood, in den vorm van een, vrouw, een geestelijke verpoozing, of een doodgewone dagelijksche bezigheid wierp hij het van zich af. Hoe aardig had hij de rol van den interessanten, vermoeiden jongeling gespeeld, ook tegenover zichzelf. Helaas, met vele hiaten. Hij moest zijn eigen souffleur zijn. En dat lukte niet altijd, omdat hij werkelijk door den honger naar iets positiefs, naar een basis, een zekerheid werd gedreven. Uit armoede was hij teruggekeerd naar dit land van middelmatigheid en regen. Uit armoede had hij liefde trachten op te wekken en opgewekt bij serieuze en oppervlakkige kinderen.
Misschien was er geen een, die hem doorzag, had hij zijn rol zoo goed gespeeld dat alleen hèm de erbarmelijkheid ervan naar het bewustzijn was gesprongen. Maar die allertreurigste avond met Louise — daar móest ze toch wel iets van hebben
Zijn waardelooze lichaam met de waar-delooze hersens erin lag op het bed. Morgen zou dit corpus zich verplaatsen. Hij
ï45