zien. Want ze had met haar moeder uitgemaakt, dat het filiaal, dat vervloekte filiaal, de oorzaak van alles was. En nu mocht Dries daar niet de schuld van zijn, het gaf geen pas, verder met hem te gaan. Zij verliet nu het atelier onmiddellijk en assisteerde haar moeder in winkel en huishouding. Het zou allemaal zoo wel gewoon worden en zelfs goed.
Wat Dries Hartvelt aangaat, ze had niet bang hoeven te zijn, dat hij haar nog zou naderen. De buurt zelfs, waarin zij woonde, wilde hij nooit weerzien. Toen hij om drie uur in zijn bed stapte, besloten om naar Italië te gaan, begon de rotzooi eerst recht voor hem. Dat er een paar stadsdee-len van hem verwijderd een mensch onderging kon hij niet vermoeden. Hij had genoeg met zichzelf te stellen.
Misschien hing er een wolk over de stad, dien nacht, die den geest in mensche-lijke hersenen probeerde te verwarren, radeloos te maken en weg te sleuren. Alberts werd slachtoffer. Dries’ intellect overleefde den aanval. Er was verdomd weinig houvast in het leven. En waar zich het
144