Hij spreekt soms wat, maar niemand verstaat er iets van.
De claxon loeit. De wagen schuift weg. Beneden in den winkelingang staan huiverend en snikkend juffrouw Alberts en Toos.
Dirk Hartvelt kan zich verbeelden, een nieuw slachtoffer te hebben gemaakt.
De menschen leven verder. Johan Alberts is afgeschreven, bij de onbruikbare rommel gedeponeerd. Zijn vrouw bestiert de zaak, die in luttele dagen is verschrompeld tot een armzalig winkeltje. Niets aan te doen. Den kop maar ophouden. Zij zal binnenkort, bij het doorsnuffelen van de verborgen hoekjes, het ijzeren kistje vinden, waarin Johan zijn staatspapiertjes bewaarde. Natuurlijk een groote geruststelling in al die misère. Aan den anderen kant een bron van nieuwe vragen, die het burgervrouwtjeshoofdje, bij gebrek aan antwoorden, maar zal laten schieten.
Toosje zou Dries nu niet meer kunnen
ï43