hij het vervelend, uit zijn bed te worden gebeld en informeert omstandig. Maar Toos is energiek en bovendien te zeer onder den indruk om zich te laten afschepen. Ze zou niet durven, zoo naar huis terug te komen. Eindelijk steekt de dokter zich in de kleeren en samen gaan ze naar de woning der Alberts.
De held van den nacht staat nog altijd als een pilaar op zijn bed. Moeder en dochter vragen zich verbaasd af, hoe een mensch zooiets kan uithouden. De dokter verbaast zich niet. Hij begrijpt ook wel niet, hoe iemand een dergelijke prestatie volbrengt, maar hij is een man van de wetenschap en van de practijk.
De vrouwen zitten schreiend in het kamertje van Toos. Een paar minuten maar. Dan komt de dokter hen vertellen, dat de patiënt onder de dekens ligt. Hij zal hem direct laten weghalen. Alberts zal naar de psychiatrische kliniek worden getransporteerd.
Het gaat nu alles vlug in zijn werk. Een kwartier later reeds verschijnt een ziekenauto. Alberts is zoo gewillig als een kind.
142