kunt ballen. Als je niet op kunt staan tegen het noodlot. Waar haalt hij dat woord vandaan? Heeft dit iets met noodlot te maken, die kerel, die daar tegenover hem staat en die hem te lijf wil? Hij staat er als een standbeeld, zoo onberoerd. Hij staat er rotszwaar, in schijn onaantastbaar. Maar Alberts kent de truc, waarmee hij hem naar zich toe wil lokken. Een vrouw is achter hem verborgen. Wat gaan hèm vrouwen aan? Hij is zijn heele leven een comediant geweest. Voor wat eer heeft hij zich weggesmeten. Eer... eencomediant... Het is niet te verdragen! Blijf staan, man, maar ik zal je eerst omsluipen en je je prooi ontrooven. En dan zal ik je bevechten. Er is geen sprake van zwakte. Ik zie wel, dat je lacht. Houd je maar niet groot meer. Ik zie wel, dat je lacht, dat je lacht...
Het zweet staat hem op hoofd en lichaam. De demon, de zwarte, zwijgende figuur vóór hem, moet worden vernietigd. Een onschuldige vrouw heeft hij tot zijn offer gemaakt. Een onschuldige vrouw, iets dat hem dierbaar is. En nu moet hij
r39