niemand lastig vallen met het groote probleem, dat hem kwelt. Ook zijn vrouw niet. Hij zal alleen die kwestie beredderen. Kolonia is een klank, die hij niet meer verstaat. Evenmin zou hij den naam van zijn dochter nu kunnen uitspreken. Met tijgersprongen is de waanzin op hem afgekomen. Hij is alleen en de vijanden zijn weinig. Er is er maar één. Een formidabele macht staat tegenover hem. In zeker opzicht heeft de zaak iets met erotiek te maken. Want hij is een man die met van buigen of wrikken weet. Hij kan niet hebben, dat iemand hem den adem afsnijdt. Dat kan niemand hebben. Maar zeker kan hij niet permitteeren dat iemand zich aan een vrouw vergrijpt. Daarvoor is zijn leven niet een schrijden langs den weg van het fatsoen geweest. Hij heeft het zich te sterk verbeeld om er nu vrij van te zijn. Eer, nietwaar, is het goed, die ongrijpbare, maar zoo belangrijke waar, waarvoor je je leven inzet.
Eer en geld. Hij is geen groote vrek. Maar hij is een man uit één stuk. Je mond openmaken is niets, als je je vuisten niet