altijd den harden kop heb, waarmee ik ben geboren!
Toosje gaat naar bed. Kust haar moeder, groet haar vader. Alberts zegt niets. Hij weet van Toosje niet meer af. Zijn ooren hebben genoeg opgevangen. Een paar minuten. Dan mag hij weer naar een denkbeeldige wereld verhuizen en verder spelen, nu met andere demonen.
De stad is volkomen donker. Ergens in een kamer ligt Louise op haar bed en huilt langdurig. Zij gelooft niet meer in Dries. Zij heeft vandaag haar geloof als een suikerklontje voelen wegsmelten. Langzaam, maar niet te weerhouden. In de ,,Bridge Bar” zit Nanny aan een tafeltje, vlak naast een sjieken jongeman, die zijn arm zeer innig om haar middel houdt.
Dan is er Dries zelf, op zijn studeerkamer, met een atlas voor zich en reclame -papiertjes van een reisbureau. Hij is van plan zoo gauw mogelijk weg te trekken, maar weet nog niet waarheen. Het is het eenige middel, om niet in de modder te stikken, waarin hij zich meer en meer voelt vastgezogen.
136