Maar heeft hij niet dat fraaie eenper-soonsrevolvertje, verleden jaar in Parijs gekocht? Het ligt in een verloren hoek op zijn kamer. Hij kijkt er vanavond eens naar. Het leven gaat voort, en het revol -vertje kan wachten. Het laat zich neerleggen en opnemen. Het laat zich bekijken en oppoetsen en streelen. Het laat met zich spelen. Het loopje wendt zich naar elke gewenschte richting. Het heeft een mondje, waaruit een Evangelie, een van alle ellende verlossende klank kan spreken.
Maar dat is geen spel. Om Godswil! als je een dilettant bent, blijf dan ten minste in ’t behagelijke. Slapen is beter dan dood zijn. Maar mooi is het, den dag van morgen weg te denken.
Louise Van der Kooy had zich door haar loslippigheid veel misère op den hals gehaald. Nu herhaalde Toos Alberts het spelletje op haar wijs. Moeders bedrukte oogjes glansden op, toen het dochtertje zich neerzette. Vader zat met zijn hoofd