levenslang uit in dit land? Zoo’n kind is vroolijk. Als hij ’t goed beschouwt, onnatuurlijk vroolijk. En dan sprak ze nog wel van zoo’n vader. Misschien wel een gril van de natuur. Die aan den een alle zon onthoudt en den ander met licht verblindt. Een gezellige rotzooi, dit wereldje. Altijd hetzelfde alles- en nietszeggende woord. Niets anders dan een bewijs van onmacht. Een testimonium paupertatis. De werk-loozen zwalken door de straten met een stempelkaart in hun zak. Dries Hartvelt zwalkt door het leven met een ander bewijs van armoe, te lezen slechts voor hemzelf.
Hij heeft niets te maken met hongerlijders, met menschen, die om werk bidden of de fut om te werken hebben verloren. Hij heeft niets, niets met de anderen te maken. Met geen vrouw zelfs. Alleen met zijn eigen dierbare gemoed. Hij is volkomen alleen. Hij mag doen wat hij wil. Louise is er en die houdt van hem. Maar hij wijst haar liefde af, onverbiddelijk. Hij is zoo vrij als een vogel in de lucht. Zoo vrij en zoo verslaafd.
y