lingen. Nanny, de barnymph, hield zeer zeker van zijn uiterlijk en iets meer van zijn bankbiljetten. Louise Van der Kooy hield erg veel van hem, zonder meer. Zijn innerlijke beroeringen gingen aan haar voorbij. Daarvoor was geen ruimte in haar reeds overvolle gemoed.
Alberts hield er een persoonlijk leven op na, zoo goed als Dries Hartvelt. Hijzelf interesseerde zich er niet voor. Zijn vrouw in hooge mate. Maar weten deed zij niets.
Toos kwam altijd tegen kwart over twaalven van haar atelier, dat dicht bij haar woning was gelegen. Sinds de nieuwe zaak was geopend, had zij den overkant gemeden. Zij lachte graag en dacht niet veel aan onaangename dingen. Zij had ook eigenlijk weinig te maken aan den overkant. Er was een winkel van handwerk-artikelen, dat is waar. En daar moest ze nu noodig eens even kijken. Misschien wilde zij iets koopen, misschien ook niet. Maar er stond een schat van een jongen voor dien winkel van de Kolonia. Die wol was wel mooi. Kon ze best een jumper van
I23