integendeel het gevoel, dat de wereld heel groot was en dat hij, ondanks deze grootheid, nog eenmaal Aletta Waelen-burgh had moeten terugzien. Waarom wist hij niet. En misschien bestond er geen waarom, althans niet voor het menselijk begrip. Het was maar beter, niet te diep op deze dingen in te gaan.
Toen zij later Poolman ontmoetten, zei Marie noch Hans iets over Aletta's aanwezigheid in deze buurt. Ze hadden niet afgesproken, dat ze over haar zouden zwijgen, ze deden het vanzelf, beiden gedreven door het gevoel, dat het beter was, er niet over te spreken.
De volgende dag aanvaardden zij de terugreis, met duizend nieuwe indrukken, duizend onvergetelijke herinneringen. Alleen de ontmoeting, die zij daarboven op het plateau hadden gehad, zetten zij zoveel mogelijk uit hun gedachten. De reis verliep zonder bijzondere voorvallen en reeds drie dagen later was Hans weer in Amsterdam, waar hij nu serieus aan zijn proefschrift begon te werken.
Het werd een heerlijke winter. Want niet alleen, dat zijn werk hem boeide, maar tussen de arbeid door vond Hans menigmaal gelegenheid, voor één of twee dagen naar Eelstwoude te gaan, om bij Marie en haar ouders te logeren. Marie kwam ook enige keren naar Amsterdam. Natuurlijk spraken zij soms over de toekomst. Wat moest Hans na zijn promotie gaan doen? Hij wilde wel proberen, zich met een oudere collega te associëren, maar zijn ware verlangen ging uit naar iets, dat hij meende niet zo gemakkelijk te kunnen vinden. Het was een rentmeesterschap, zoals hij eens bijna had gekregen.
268